Margriet Winterboeken.

Zesendertig jaar lang wachtten kinderen rond Sinterklaas gespannen op de bladenverkoper. Hij bracht het Winterboek van Margriet mee. Dat was een leesfeest, een kijkfeest en een doefeest.

Het eerste Margriet Winterboek verscheen in 1939. Het fenomeen winterboeken bestond al langer, zij het op een andere manier ingevuld. De winterboeken van Margriet waren gevarieerd: naast verhalen ook puzzels, spelletjes en gedichten. Maar ondanks de naam was de sfeer in het boek niet winters, eerder zomers. De naam verwijst alleen naar de verschijningsdatum.

Veel bekende illustratoren werkten aan de serie mee, zoals: Piet Marree, Jan Lutz, Eppo Doeve en Fiep Westendorp. En natuurlijk leverden ook schrijvers van naam een bijdrage zoals Annie M.G. Schmidt, Han G. Hoekstra, Wim Meuldijk, Jan Terlouw en Paul Biegel. Je vindt er bijvoorbeeld al die prachtige versies van de 'gedichten uit de oude doos' van Han G. Hoekstra, zoal het mannetje op het ijs.

Het concept van het winterboek was steeds hetzelfde: een verhaal, een gedicht, een rebus, een goocheltruc, een sprookje, een kleurplaat, maar het verveelde de kinderen nooit, want de inhoud was uiteindelijk steeds anders.

De winterboeken hadden altijd een winters omslag. Er zijn er zeven met een schaatsomslag. Vooral de omslagen van Fiep Westendorp zijn prachtig.

Veel Nederlanders hebben nog wel een winterboek ergens in de kast of op zolder liggen. Je kunt ze per gros kopen op internetveilingen. Het was dus een enorm populair genre. Het laatste Winterboek verscheen in 1988.