H.Bruining. Boucke, de hardrijder. Illustraties G.J. van Overbeek. L.J Veerman, Heusden 192x.

Van deze uitgave bestaat ook een Kluitmannetje uit 1927 getiteld Bouke, de hardrijder met platen van Kessler. Dit boek heeft een niet geheel toepasselijk, zomers omslag. Het gaat hier om een standaardomslag dat de uitgever bij elke nieuwe titel van een andere belettering kon voorzien. Dat is natuurlijk wel vreemd voor een schaatsboek, maar het zijn de crisisjaren en zo diep is er ongetwijfeld niet nagedacht over de invloed van omslagen op de verkoop.

Bruining schreef twee schaatsboeken, Oude Wytske en Boucke, de hardrijder. Boucke gaat over kortebaanwedstrijden in Friesland en ook natuurlijk over Friesland zelf. Bruining was Fries in hart en nieren (maar schreef zijn boeken in het Nederlands). Boucke ontvangt zijn Hollandse neef en die moet natuurlijk een en ander leren over Friesland en zijn tradities. Vooral de Friese vlag is onderwerp van gesprek bij de jongens. Er wordt veel uitgelegd in het boek.

Fragment:

'De baan in het midden die helemaal door palen en touwen is afgesloten, is de baan voor de hardrijders,' hè Piet? 'Ja, de andere zijn de bijbanen, daar rijden de toeschouwers op, zie je, de hele gracht in het rond.' Piet beschreef met zijn arm een elips-vorm 'Zie je dat rode vlaggetje?' Vervolgde hij. 'Dat staat midden op de eindstreep: 't is de seinvlag. Daaraan kun je zien wie de rit gewonnen heeft.

Als de rijder aan de rechterkant 't eerst over de eindstreep gaat, gaat de vlag naar rechts over, anders naar links. Als geen van beiden voor is, blijft de vlag staan. Leuk hè? Aan dat eind der baan - zie je 't heel in de verte wel? - staat ook zo'n vlaggetje. De eindstreep noemen we de streek.'

Wie alles over de kortebaan wil weten kan bij Boucke, de hardrijder terecht.