R. Feenstra. Een best wintertje. Illustraties J.G. Kesler. Kluitman, Alkmaar circa 1920.

Een wintertje is de korte periode dat het vriest in de winter. In het boek is er natuurlijk na lang wachten een wintertje. De schaatsenmaker heeft van hout een ijsbaantje gemaakt om de schaatsverkoop te stimuleren. Het ijsbaantje staat in zijn winkeltje. De klanten mogen raden hoe lang de baan is. De winnaar krijgt een paar nieuwe schaatsen.

Jasper is een bekwame hardrijder, maar de dag voor de wedstrijd breekt zijn schaats. Hij krijgt van de schaatsenmaker een nieuw paar op voorwaarde dat hij wint!

Opleggen:

'Laten we opleggen,' stelde Jan Dirk voor. 'Ja dat is goed. Ik zal wel voorrijden.' Ze vormen een lange rij. Jasper voorop. Een hand op je rug en met de ander je voorman vasthouden,' commandeerde Jasper. 'Flink vastgrijpen. Voor scheuren hoef je niet bang te wezen. Die zitten er niet in. Goed op streek rijden hoor! Klaar?'

'Ja,' klonk het. 'Dan gaan we! Een-twee, een-twee, een-twee. Tellen!' 'Een-twee, een-twee, een-twee,' dreunde het jongenskoor. Daar ging het mooi gelijk. Jasper reed stevig en de jongens duwden uit alle macht. Wat ging dat fijn! Niemand telde nu meer. Dat was onnodig. Als vanzelf reed ieder op streek.