Leonard Roggeveen. Winter op de Klaverwei. Illustraties Jan Lutz. Van Goor, Den Haag 1954.

Het klinkt tegenstrijdig de titel 'Winter op de Klaverwei', maar Klaverwei is de naam van een huis in Schagen. Mooi omslag van Jan Lutz. De Koninklijke bibliotheek bezit bijna 400 boeken geïllustreerd door Luzt. Imposant! Over Lutz vindt u meer informatie bij het boek de Schoolfuif.

Roggeveen kennen we natuurlijk ook van Daantje gaat schaatsenrijden. In zijn boek Winter op de Klaverwei wordt weinig schaatsen gereden. Het regent voortdurend in januari en februari. Wel geprikgesleed! En Jaap kan daar bij de snorrende kachel verhalen over vertellen: waarom de kolk nooit dichtvriest. Hij heeft het gehoord van de visserman Piet Deutekom:

'Luister jaap', zei Piet, 'Je weet dat er in de Wiel, van Valkoog uit zo'n meter of dertig van de kant af gerekend zo'n kolkie is, dat niet zo gauw dichtvriest als de rest.' Ik knikte tegen Piet, want dat wist ik. Dat was daar achter zo'n soort laag dijkje, zo'n waaikolk, vol wervelwinden, die 't water al maar in beweging hielden, zodat het in gewone winters nooit bevroor … een soortement wak dus, maar dan een wak van de allerslechtste soort. Nou, ik wist van dat kolkie en zei het tegen Piet.

'Luister naar me, Jaap' zei-die 'en praat er met geen mens over, want ik wil 'm vangen en ik wil 'm op sterk water zetten en 'm op alle kermissen laten zien. Ik ben over de Wiel gekomen, en hoe het zo kwam, dat weet ik niet…. Hoe 'k mijn richting ben kwijtgeraakt, dat weet ik nog niet. Maar ik kwam met mijn slee vlak langs het kolkie. En ik keek zo 's in het water. En toen zag ik wat in het water. En toen begreep ik meteen, hoe het komt dat 't daar nooit en te nimmer helemaal dicht wil vriezen.

'Luister Jaap,' zei-die met een doffe stem en hij greep me bij een knoop van m'n duffelse jas: 'Dat komt niet door die draaiwinden, zoals jullie denken! Toen ik me daar in het water keek, zag ik daar een karper, jongen… of eigenlijk zei-die korper. Een knaap van een korper… een beest van een meter of twee drie met ogen als theeschoteltjes, en een bek…! En dat beest zwom daar maar al op en neer en heen en weer…. Aldoor maar in de rondte, net als een eend in een slootje dat bevriest.