W.G. van de Hulst. Uit het winterwonderland. Illustraties Bert Bouman. Van Goor Zonen, Den Haag 1962.

Van de Hulst schreef bijna honderd kinderboeken en bleef tot aan zijn pensioen gewoon onderwijzer op een lagere school, zonder hoogmoed. Honderdduizenden boeken verkocht hij! Van de Hulst putte zijn inspiratie uit zijn protestants-christelijke milieu (hervormd). Het is romantisch christendom. Het aardige van dit boek is dat het schaatsen vanuit het perspectief van het ijs is geschreven. Dat maakt Van de Hulst natuurlijk tot een van de grootmeesters van de kinderliteratuur: en echte kunstenaar laat zijn onderwerpen vaak vanuit een geheel ander standpunt zien.

Het dooit, de ijsschollen drijven door de vaart en zij halen herinneringen op:

'Ik heb veel pret gehad deze winter,' zei een stevige, ronde ijsschol. 'Ik leefde midden in de grote vaart toen het nog vroor. Daar lag ik vast en ik verveelde me wel een beetje. Maar toen ik dikker werd en sterker, kijk, toen kwam een man over me heen lopen. Hij liep zo snel, dat hij al weg was voor hij kwam, geloof ik. Ik meen dat hij blinkende messen onder zijn voeten had, want ze sneden in mijn rug.

Dat deed wel pijn, maar ik verveelde me toen niet meer, want er kwamen telkens meer mannen en vrouwen, en kindertjes ook, over mijn rug vliegen. Ze vlogen, geloof ik, net als de vogels over mij heen, maar ze sneden me altijd met die scherpe ijzers in mijn rug. Ze schraapten met die ijzers fijne korreltjes van mijn rug af. Maar dan kwam een man, met een grote houten voeten en een bezem in de hand. Die veegde mijn rug weer schoon.'