H. de Winter. Uit de jeugd van Jantje Vroolijk. Illustraties Rie Reinderhoff. Kluitman, Alkmaar, circa 1930.

Toepasselijke naam H. de Winter. Hij schreef het onder verzamelaars welbekende Uit de jeugd van Jantje Vroolijk. Reinderhoff was een welbekend en veel gevraagd illustrator. Zij tekende voor Kluitman maar ook veel voor echte protestante uitgeverijen als Callenbach. Jantje Vroolijk is weer zo'n kloek boek van Kluitman. Het gaat uiteraard niet alleen over schaatsen. Hoofdstuk 2 gaat over een ijswedstrijd georganiseerd door de school. Jantje wint de tweede prijs, hij was op het eind 'een beetje moe'. Jantje wint een paar houtjes die hij bij de zadelmaker laat optuigen.

Fragment:

De jongens werden op hun plaats gezet. "Ik zal tellen één - twee - drie, en op drie ga je er van door,' zei meneer. Mijnheer van Dissel begon te tellen: 'Eén - twee - ' Keesje, die wat zenuwachtig was schoot vooruit. 'Ho, ho,' riepen de toeschouwers. 'Nog eens opnieuw beginnen en pas op drie wegrijden,' waarschuwde meneer. 'Eén - twee - drie!'

Als een pijl uit de boog schoot Piet naar voren. Keesje dacht: 'Ik moet hem inhalen.' Daardoor konden zijn benen zijn bovenlijf niet bijhouden met het gevolg, dat hij voorover viel met zijn neus op het spiegelgladde ijs en zijn benen in de lucht. 'Moet je eerst kijken of de baan wel goed is?' Riep een grote jongen van achter het touw.